De financieringsparagraaf heeft als doel de raad te informeren over de situatie op het gebied van financiering/treasury en de daarmee samenhangende risico’s.
Paragraaf 4 Financiering
2. Wettelijk kader en gemeentelijk beleid
Terug naar navigatie - 2. Wettelijk kader en gemeentelijk beleidIn 2001 is de wet Financiering decentrale overheden (wet Fido) in werking getreden. Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is de gemeente verplicht om een zogenoemde treasuryparagraaf op te nemen in de begroting en de jaarrekening. Ook zijn de decentrale overheden verplicht een treasurystatuut op te stellen. De meest recente versie van ons treasurystatuut is door het college vastgesteld op 4 november 2014. Eind 2022 is een start gemaakt om dit statuut in 2023 te vernieuwen en opnieuw vast te stellen.
Treasury wordt gedefinieerd als: het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Het treasurystatuut heeft als doel om sturing te geven aan de treasuryfunctie en binnen de wettelijke kaders de financiële risico’s te beperken.
3. Schatkistbankieren
Terug naar navigatie - 3. SchatkistbankierenOp 15 december 2013 is de Wet financiering decentrale overheden (wet Fido) van kracht geworden, met als uitvloeisel de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden, die inhoudt dat alle decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen in de vorm van een openbaar lichaam) verplicht zijn om hun overtollige middelen aan te houden bij de schatkist van het Rijk. Daarbij geldt wel een drempelbedrag. De hoogte van het drempelbedrag is afhankelijk van de financiële omvang van een decentrale overheid, afgemeten aan de omvang van de begroting (dezelfde maatstaf wordt gebruikt voor de berekening van de kasgeldlimiet). De drempel is nu gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen. Het minimumbedrag van deze drempel is vastgesteld op € 250.000, wat betekent dat een decentrale overheid altijd gemiddeld € 250.000 buiten de schatkist mag houden. Vanaf 1 juli 2021 hoeven gemeenten overigens minder overtollige middelen bij het Rijk aan te houden. De drempel voor het verplicht schatkistbankieren wordt verhoogd van 0,75 naar 2 procent van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1 miljoen.
Het drempelbedrag voor de gemeente Oudewater bedraagt € 1.000.000.
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000):
Kwartaal 1 | Kwartaal 2 | Kwartaal 3 | Kwartaal 4 | |
---|---|---|---|---|
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen | € 148 | € 177 | € 159 | € 143 |
Ruimte onder het drempelbedrag | € 852 | € 823 | € 841 | € 857 |
Overschrijding van het drempelbedrag | € - | € - | € - | € - |
4. Financieringspositie
Terug naar navigatie - 4. FinancieringspositieHet geïnvesteerd vermogen, dat zijn de boekwaarden van alle geactiveerde investeringen, bedraagt per 1-1-2022: € 24,8 miljoen en per 31-12-2022: € 29,4 miljoen.
Het schuldrestant van de aangetrokken langlopende geldleningen bedraagt per 1-1-2022: € 16,9 miljoen en per 31-12-2022: € 21,4 miljoen.
De stand van de eigen reserves en voorzieningen is op 1-1-2022: € 10,4 miljoen en op 31-12-2022: € 14,8 miljoen.
5. Risicobeheer
Terug naar navigatie - 5. RisicobeheerEr wordt gestreefd naar het beheersen van risico’s. Onder risico’s wordt verstaan renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s en valutarisico’s. Koers- en valutarisico’s spelen in Oudewater geen enkele rol. Transacties in vreemde valuta doen zich niet voor en de gemeente
Oudewater neemt deel in het aandelenvermogen van twee (semi)overheidsgerichte instellingen, namelijk Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en Vitens. Dit aandelenbezit is echter niet gebaseerd op winstoogmerk c.q. speculatieve doeleinden. Het risico van deze aandelen vinden wij te verwaarlozen. De aandelen worden gewaardeerd tegen de historische kostprijs. Van Vitens is voor het jaar 2022 geen dividend uitgekeerd. De BNG heeft wel een dividenduitkering gedaan.
Onderstaande tabel geeft weer de boekwaarde van de aandelen en het ontvangen dividend in 2022:
Omschrijving | Boekwaarde 1-1-2022 | Dividenduitkering |
---|---|---|
Aandelen BNG | € 68.038 | € 62.955 |
Aandelen Vitens | € 2.496 | - |
Totaal | € 70.534 | € 62.955 |
De risico’s die voortvloeien uit een mogelijke waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het (niet) tijdig kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij (kredietrisico) wordt in het treasurystatuut geregeld conform de eisen gesteld in de Wet Fido. Uit voorgaande blijkt dat de kredietrisico’s die de gemeente Oudewater loopt over haar treasuryactiviteiten gering zijn.
De te beheersen renterisico’s op grond van de Wet Fido uiten zich concreet in de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beide instrumenten beogen de renterisico’s te begrenzen die verbonden zijn aan de korte en lange schuld.
6. Kasgeldlimiet
Terug naar navigatie - 6. KasgeldlimietDe financieringspositie heeft betrekking op de financiering van de organisatie voor de lange termijn. De financieringsstructuur wordt hierbij bepaald door de verhouding tussen het eigen vermogen en vreemd vermogen versus de waarde van de investeringen. Zodra de financieringsmiddelen (de reserves, voorzieningen en opgenomen geldleningen) lager zijn dan het totaal van de boekwaarde van de investeringen, is dit een teken dat de gemeente een vaste geldlening moet gaan aantrekken.
De financieringsbehoefte van de gemeente wordt bepaald aan de hand van de liquiditeitsprognose. Op basis van de verwachte baten en lasten (kasstromen) wordt een schatting gemaakt van het verwachte liquiditeitsverloop. Voor een goede liquiditeitsplanning is vooral inzicht nodig in de financiële planning van grote projecten en investeringen. Wekelijks wordt de liquiditeitspositie bepaald waardoor snel ingespeeld kan worden op de financieringsbehoefte van de gemeente.
Het verloop van het saldo van de langlopende geldleningen en de hieraan gekoppelde gemiddelde rentepercentages zijn in onderstaande tabel opgenomen:
Bedrag | Periode | Rentepercentage | Geldgever | |||
---|---|---|---|---|---|---|
1.000.000 | 05-07-2021 t/m 30-06-2022 | - 0,35% | BNG | |||
1.000.000 | 27-07-2021 t/m 30-06-2022 | - 0,20% | BNG | |||
1.500.000 | 01-02-2022 t/m 31-05-2022 | - 0,30% | BNG | |||
Bij lopende of aangetrokken kasgeldleningen in 2022 heeft de gemeente Oudewater een rentevergoeding ontvangen i.p.v. betaald.
7. Langlopende geldleningen
Terug naar navigatie - 7. Langlopende geldleningenIn onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven van het saldo van de langlopende geldleningen:
Datum | saldo langlopende leningen (x € 1.000) | gemiddelde rente | omslag- percentage | |||
---|---|---|---|---|---|---|
1-1-2021 | 14.400 | 1,05% | 2,00% | |||
1-1-2022 | 16.920 | 0,75% | 1,00% | |||
1-1-2023 | 21.440 | 1,61% | 1,50% |
In 2022 is een langlopende geldleningen aangetrokken van € 10.000.000 tegen een rentepercentage van 2,026%. In onderstaand overzicht zijn de mutaties in de leningenportefeuille opgenomen voor 2022:
Stand per 1 januari 2022 | € 16.920.000 |
---|---|
Bij: opgenomen geldleningen 2022 | € 10.000.000 |
Af: aflossingen in 2022 | € -5.480.000 |
Stand per 31 december 2022 | € 21.440.000 |
Het genoemde bedrag aan aflossingen betreft de reguliere aflossingen. Er zijn geen geldleningen met een mogelijkheid tot vervroegde aflossing.
Rente
Rentelasten worden volledig toegerekend aan de diverse programma’s op basis van de boekwaarde van de investeringen.
Renterisiconorm
Het renterisico op de vaste schuld is de mate waarin het saldo van de rentelasten verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van een jaar of langer. Om dit risico te beperken schrijft de wet voor dat herfinanciering jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen.
De renterisiconorm stelt dus een kader voor een zodanige opbouw van de leningenportefeuille van de gemeente, dat het renterisico door renteaanpassing en herfinanciering zo veel mogelijk wordt voorkomen. Hierdoor kan in enig jaar niet een onevenredig groot deel van leningenportefeuille worden geherfinancierd, zodat het renterisico op de vaste schuld over de jaren gespreid wordt. Het percentage van de risiconorm wordt genomen van het begrotingstotaal. Daaronder wordt verstaan het totaal van de lasten op de begroting. De renterisiconorm geldt niet voor gemeenten met een vaste schuld die lager is dan het begrotingstotaal. Zij behoeven zich niet aan de 20%-norm te houden. Daarmee krijgen die gemeenten de vrijheid om de spreidingsduur van de financiering naar eigen inzicht aan te passen. Deze situatie is voor de gemeente Oudewater van toepassing.
Indien eventueel wordt afgeweken van de renterisiconorm kan ontheffing worden verleend. Als bij afwijkingen de toezichthouder wordt geïnformeerd en ontheffing wordt verkregen, handelt de gemeente rechtmatig. Zoals gezegd is deze situatie niet van toepassing op de gemeente Oudewater.
8. Renteresultaat
Terug naar navigatie - 8. RenteresultaatOmschrijving | werkelijk |
---|---|
Rente langlopende geldleningen | € 258.442 |
Rente kortlopende geldleningen | € -4.243 |
Ontvangen rente geldleningen | € -2.777 |
Saldo | € 251.422 |
Doorberekende rente grondexploitaties | € -20.977 |
Rente eigen vermogen | € - |
Aan taakvelden toegerekende rente | € -242.816 |
Renteresultaat | € -12.371 |
9. Verwachting 2023 e.v.
Terug naar navigatie - 9. Verwachting 2023 e.v.De financieringskosten (en eventuele opbrengsten) voor een gemeente hangen af van de rentetarieven op de geld- en kapitaalmarkt. Het al dan niet aantrekken van langlopende geldleningen is afhankelijk van ontwikkelingen op het gebied van grondexploitatiegebieden en (grote) investeringen.
De verwachting is dat de inflatie in 2023 en 2024 boven de doelstelling van de ECB zal liggen. De ECB is vastbesloten om de inflatie op middellange termijn terug te brengen naar de doelstelling van 2%. De centrale bank zal het monetaire beleid hierom verder verkrappen. De rente op zowel de geld- als kapitaalmarkt staat onder druk en vertoont een stijgende lijn.