Paragraaf 6 Verbonden partijen

Wat is het doel van deze paragraaf?

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - Wat is het doel van deze paragraaf?

Een gemeente kan in principe zelf bepalen hoe een bepaalde taak wordt uitgevoerd. De gemeente kan er bijvoorbeeld voor kiezen de uitvoering zelf ter hand te nemen of de uitvoering te regelen (via een gemeenschappelijke regeling) met een aantal regiogemeenten gezamenlijk. Kernvragen blijven steeds of de doelstellingen van het uitvoerende orgaan nog steeds corresponderen met die van de gemeente en of de doelstellingen van de gemeente gerealiseerd worden.

Vanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en mogelijke risico’s is het gewenst dat in de begroting aandacht wordt besteed aan rechtspersonen, waarmee de gemeente een band heeft. Deze paragraaf geeft dan ook per verbonden partij informatie over de verbonden partijen en de bestuurlijke doelstelling die via de verbonden partij wordt gerealiseerd.

Wettelijk kader en gemeentelijk beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - Wettelijk kader en gemeentelijk beleid

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft als definitie van een verbonden partij: “Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft”.

Bestuurlijk belang is zeggenschap, hetzij op basis van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Er is sprake van een verbonden partij als de wethouder, het raadslid of de ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt. Bij alleen een benoemingsrecht of een voordrachtsrecht – wanneer de gemeente een bestuurder of commissaris in de organisatie mag benoemen of voordragen – is er strikt genomen geen sprake van een verbonden partij. Gemeenten maken vaak van een dergelijk recht gebruik om ervoor te zorgen dat er goede bestuurders in het bestuur van de partij terechtkomen. Ook de stichting waarin bijvoorbeeld de wethouder cultuur op persoonlijke titel als bestuurder plaatsneemt – en dus niet de gemeente vertegenwoordigt– is volgens deze definitie geen verbonden partij.

Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, of een bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Dit betekent dan ook dat, wanneer een verbonden partij failliet gaat, de deelnemers in deze verbonden partij, dus ook de gemeente Oudewater, voor extra kosten zullen komen te staan. Uit bovenstaande blijkt dus ook dat bij leningen en garantstellingen geen sprake is van een verbonden partij: de gemeente houdt juridisch verhaal als de partij failliet gaat. Ook bij exploitatiesubsidies is er geen sprake van een verbonden partij: het gaat om overdrachten (subsidies).

Met deze paragraaf voldoen wij aan onze wettelijke plicht (BBV) om per verbonden partij inzicht te geven in de volgende onderwerpen:

  • de beleidsvoornemens van de verbonden partij
  • de beleidslijnen met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten
  • onze visie op de verbonden partij in relatie tot de realisatie van de doelstellingen in onze programmabegroting
  • naam en de vestigingsplaats, het openbaar belang dat op deze wijze wordt behartigd, veranderingen die zich hebben voorgedaan gedurende het begrotingsjaar, het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan begin en einde van het begrotingsjaar, het financiële resultaat van de verbonden partij

De verbonden partijen waarin de gemeente Oudewater bestuurlijke en financiële belangen heeft, worden hierna een voor een volgens hetzelfde stramien toegelicht.

Gemeenschappelijke regelingen

Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen - Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

 

Vestigingsplaats Utrecht
Doel Het doel van deze regeling is het door de Veiligheidsregio Utrecht realiseren van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau van de beheersing van rampen en crisis in de Utrechtse gemeenten, waaronder het (verplicht) organiseren van brandweerzorg op regionaal niveau. De gemeentelijke organisaties zijn verantwoordelijk voor een aantal crisisbeheersingsprocessen zoals: crisiscommunicatie, publieke zorg en nazorg. Geen enkele gemeentelijke organisatie is in staat om deze taken geheel op eigen kracht te vervullen. Regionale samenwerking en bundeling van ambtelijke capaciteit is absoluut noodzakelijk.
Programma 1. Bestuur, dienstverlening en veiligheid
6. Ruimtelijke ontwikkeling en wonend
Deelnemende partijen De 26 Utrechtse gemeenten: Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Woerden, Woudenberg, Wijk bij Duurstede, IJsselstein en Zeist.
 Rechtsvorm en type regeling 

Rechtsvorm: GR 

Type regeling: collegeregeling

Vooral gericht op: bestuurskracht (beleidsrijke regeling) 

Bestuurders vanuit onze gemeente Lid : burgemeester A. Jongerius
Plv. lid : wethouder B. Schomaker
Bestuurlijk belang Veiligheid houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Bestuurlijke afspraken over prioriteiten en inzet worden op regionaal niveau gemaakt via de Veiligheidsregio Utrecht.
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd Eenduidige en efficiënte inrichting van de brandweer
Eenduidige aanpak van rampen en crises
Eenduidige aanpak brandweerzorg
Financiële bijdrage

Jaarrekening 2025: €722.000 
Begroting 2026 : € 758.000
Begroting 2027 : € 811.000

De bijdrage voor het basistakenpakket van de VRU staat voor 90% geraamd bij taakveld 1.1 crisisbeheersing en voor 10% bij taakveld 8.3 wonen en bouwen.

Belang van Oudewater

De Veiligheidsregio Utrecht houdt zich met o.a. de volgende werkzaamheden bezig:

  • De VRU heeft de risico’s in de regio in beeld en vastgelegd in het risicoprofiel. De informatie wordt met in- en externe partners gedeeld via:
    - regionaal risicoprofiel;
    - provinciale risicokaart;
    - brandrisicoprofiel;
    - (Gemeentelijke) Integrale Veiligheidsplannen.
  • De VRU adviseert het bevoegd gezag om onveilige situaties te voorkomen en/of te beperken, met betrekking tot:
    - ruimtelijke ordening & externe veiligheid (incl. overstromingsrisico’s);
    - bouwen;
    - brandveilig gebruik van gebouwen en bouwwerken;
    - milieu;
    - evenementen.
  • De VRU houdt risicogericht toezicht op (brand)veiligheid in bestaande bouw en bij evenementen en adviseren het bevoegd gezag over te nemen maatregelen.
  • De VRU wil met stimulerende preventie de zelfredzaamheid van burgers en bedrijven vergroten.
  • De VRU zorgt voor goed voorbereide en opgeleide brandweermensen die de beschikking hebben over voldoende materieel en materiaal voor de uitvoering van hun taak.
  • De VRU onderhoudt een aantal specialismen waaronder waterongevallen, rietkapbrandbestrijding, natuurbrandbestrijding en technische hulpverlening.
  • Op het gebied van Bevolkingszorg beheert de VRU de regionale piketten.
  • De VRU zorgt er voor dat piketfunctionarissen uitgebreid opgeleid, geoefend en getraind worden.
  • De VRU adviseert de gemeenten over de optimale inrichting van hun crisisorganisatie. 
  • De VRU volgt met het veiligheidsinformatiecentrum (VIC) de ontwikkelingen van risico’s in onze regio, die mogelijk kunnen uitgroeien tot een ramp of crisis.
  • De VRU coördineert en organiseert geneeskundige hulp aan slachtoffers bij een ramp of crisis. In de voorbereidende fase valt hieronder ook het op geneeskundig vlak adviseren bij evenementen.
  • De VRU adviseert het openbaar bestuur en organisaties die een rol hebben in geneeskundige hulpverlening over te nemen maatregelen.
  • De VRU organiseert crisisoefeningen met zorgverleners, brandweer, gemeenten en politie zodat de hulpverlening goed op elkaar aansluit.
  • De VRU stelt de wettelijke verplichte incidentbestrijdingsplannen op of actualiseert deze.
  • De VRU evalueert GRIP-incidenten conform het evaluatiebeleid van de VRU.
  • De VRU beschikt over actuele aanvals- en/of bereikbaarheidskaarten voor risicovolle en kwetsbare objecten.
  • De VRU draagt zorg voor de continuïteit van de meldkamerfunctie in aanloop naar de samenvoeging, onder meer door harmonisatie van de meldkamerprocessen.
  • De VRU voert een aantal taken op het gebied van onderhoud en exploitatie van de brandweerkazernes uit. De pakketten operationeel onderhoud, schoonmaak en ARBO & veiligheid neemt de gemeente af bij de VRU.
Financiële en inhoudelijke ontwikkelingen 2027 Het jaar 2025  2,75 miljoen (circa 2,04% van de begroting). Een deel van de afwijkingen ontstaat door incidentele baten, welke ontstaan zijn in Q4 2025 en Q1 2026 (CAO). Het reële resultaat 2025 is 1,34 miljoen (1 % van de begroting).
Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2025 Begin boekjaar: € 34.600.000
Einde boekjaar: € 33.815.000
Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2025 Begin boekjaar: € 55.858.000
Einde boekjaar: € 51.385.000
Financieel resultaat 2025 (saldo van baten en lasten) Saldo van baten en lasten: €  4.055.000 
Resultaat (na mutaties reserves): € 2.747.000
Risico’s

Het grootste risico betreft het zich voordoen van grote rampen en calamiteiten in de regio, waardoor er een financieel risico ontstaat voor het bekostigen van de bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling VRU. 

Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard (RHC)

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen - Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard (RHC)
Vestigingsplaats Woerden
Doel Uitvoering Archiefwetgeving en het beheer van historische archieven en collecties en beschikbaarstelling ervan aan burgers en organisatie.
Op grond van de Archiefwet-1995 moeten besturen van overheden ervoor zorgdragen dat hun archieven in goede en geordende en toegankelijke staat verkeren.
Verder is het RHC belast met het wettelijk toezicht op het gemeentelijk beheer van nog niet overgebrachte archieven.
Programma 4. Cultuur, Economie, Recreatie & toerisme, Energietransitie 
Deelnemende partijen Gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Lopik, Montfoort, Oudewater, Woerden en IJsselstein, en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.
Rechtsvorm en type regeling 

Rechtsvorm: Gemeenschappelijke regeling

Type regeling: Collegeregeling        

Vooral gericht op:  Uitvoering  (beleidsarme regeling) 

Bestuurders vanuit onze gemeente Lid : burgemeester A. Jongerius
Plv. lid : (momenteel alleen A. Jongerius)
Bestuurlijk belang De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de overgebrachte archieven ligt sinds 2006 bij het bestuur van de Gemeenschappelijke regeling RHC .
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd Bovengenoemde taken (zie achter Doel) vloeien voort uit de Archiefwet. Deze wet verplicht overheidsinstellingen de archieven in goede, geordende en toegankelijke staat te bewaren. Daarnaast verplicht de Archiefwet overheidsinstellingen om archieven die ouder zijn dan 20 jaar en voor blijvende bewaring in aanmerking komen, toegankelijk te maken voor het publiek. Hierbij verandert de status van deze archieven in principe naar openbaar en zijn ze voor iedereen kosteloos te raadplegen.
Financiële bijdrage 2027

Begroting 2026:  €  70.833

Begroting 2027:  €  73.788

De begroting 2027 en de meerjarenraming tot 2030 van het RHC Rijnstreek en Lopikerwaard is op 8 juli 2026 door de Archiefcommissie formeel en ongewijzigd vastgesteld. Voor de financiële verantwoording  is de conceptbegroting aangeboden aan het college  en de raad op 9 juni 2026.  Zowel het college als de raad hebben hiervan kennisgenomen en zijn akkoord. Van de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze is geen gebruik van gemaakt.

Door het RHC wordt btw in rekening gebracht (zit ook in de bijdrage). De deelnemers kunnen deze via het BTW-compensatiefonds verhalen. Voor 2027 bedraagt dit €  5.214.

Belang van Oudewater

Doel van het RHC is in het samenwerkingsgebied uitvoering te geven aan de Archiefwet en het vervullen van de functie van regionaal kennis- en informatiecentrum op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis door het opbouwen en beheren van een zo breed mogelijke collectie (regionaal) historische bronnen en deze op een zo actief mogelijke wijze dienstbaar maken voor een breed publiek. Het RHC is ook toezichthouder op de gemeentelijke archieven van Oudewater.

Financiële en inhoudelijke ontwikkelingen 2027

In de aanloop naar deze begroting brachten gemeenten de beheersing van de kosten onder de aandacht bij alle gemeenschappelijke regelingen. De begrote kosten van het RHC zijn noodzakelijk voor de uitvoering van wettelijke taken. Al bij een eerdere bezuinigingsronde is de uitvoering van andere (zogeheten bovenwettelijke) werkzaamheden in het cultuur-historische veld geschrapt, om zo met de bestaande personeelsformatie de kerntaken te kunnen blijven vervullen. Bovendien liggen onder het totale bedrag aan uitgaven veelal contractuele 
verplichtingen.

Dat de te betalen bijdrage in de begroting toch lager is dan eerder voorzien, komt door enkele inspanningen. Allereerst zijn daar de aangepaste afspraken met de gemeenten Woerden en Oudewater over de opslag van semi-statisch archief, die € 18.000 inkomsten genereren. Voorts is een enkele begrotingspost iets naar beneden bijgesteld. Daarnaast is er afgeweken van de regel om salarislasten op het maximum van de salarisschalen te begroten. Gelet op de samenstelling van het personeel is hier een kleine aanpassing op gedaan. Dit haalt voor 
ruim € 10.000 ‘lucht’ uit de begroting, al is dit laatste geen échte bezuiniging: het RHC keert immers een batig saldo jaarlijks weer uit, naar rato van de bijdrage van de deelnemers.

In de begroting 2027 is net als de afgelopen jaren uitgegaan van een nieuwe aansluiting van een deelnemer op het e-depot. Weliswaar is de ontwikkeling van het e-depot door het populaire pre-depot als tussenstap wel in ander vaarwater gekomen en staat er voor nu minder druk op de overbrenging van digitale informatie. Toch moet het RHC er klaar voor staan: opname van overgebracht archief is voor het RHC de raison d’être. Daarbij komt dat deelnemers voor 2027 in de e-depotvoorziening een oplossing zoeken voor een duurzame opslag van videotulen. Ook dat is in de begroting meegenomen.   

De cao voor gemeentepersoneel loopt door tot ultimo 2027. De eerste uitkomsten van de functiewaardering (HR21) brengen geen extra stijging in salariskosten. De salarislasten – het leeuwendeel van de begroting – lijken daarmee ‘zeker’ voor het begrotingsjaar. Voor de meerjarenraming is uitgegaan van een salarisstijging van eerst 2,5%, daarna 2,0%.  Voor de andere contracten, waaronder de DVO met de Gemeente Woerden voor huisvesting en andere diensten, is de consumentenprijsindex over 2026 van belang. De recente ontwikkelingen en onrust in de wereld vergroten de kans op een hogere inflatie. Voor (alleen) de contracten is daarom gerekend met een indexatie van 3,8%. De DVO Woerden berekent die gedempt door. 

De begroting en meerjarenraming laten een bescheiden groei zien in de hoogte van de bijdragen van de deelnemers. De hoogte van de uiteindelijke bijdrage kan per afzonderlijke deelnemer in de marge verschillen, los van financiële mee- of tegenvallers. Dat komt doordat de kosten worden omgeslagen. Mutaties in inwonertal en archiefmeters ten opzichte van de huidige situatie hebben direct financiële gevolgen, omdat de onderlinge verdeling van de kosten gaat verschillen. Zeker de omvang van de archieven laat zich lastig inschatten, aangezien in 2026 voor meerdere deelnemers archieven worden overgebracht. Daarbij zal uiteindelijk de afname van de omvang van het semi-statisch archief van Woerden en Oudewater zorgen voor een andere verdeling van de depotkosten over de deelnemers. De depotkosten raken overigens circa 15% van de totale begroting.

Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2026

Nihil (want het RHC werkt niet met reserveringen. Positief saldo wordt in beginsel in mindering gebracht op de bijdrage voor het volgende jaar)

Positief saldo boekjaar 2026

Het positieve verschil in saldo van € 46.273 zal in mindering worden gebracht op de eerste termijn van de bijdrage voor 2027

Risico's

De taken worden uitgevoerd op basis van een sobere dienstverlening: alleen de wettelijke taken.

 

Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen - Afvalverwijdering Utrecht (AVU)
Vestigingsplaats Soest
Doel De AVU is een gemeenschappelijke regeling ingevolge de Wet gemeenschappelijke regelingen en is in 1984 opgericht door de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht.  Namens de gemeenten voert de gemeenschappelijke regeling AVU de regie op de overslag, het transport, de bewerking en de verwerking van het door de inwoners van de provincie Utrecht aangeboden huishoudelijk afval. Ook organiseert en regisseert de AVU de papierinzameling, de glasinzameling en de inzameling van oude medicijnen en injectienaalden in de provincie Utrecht en laat de AVU jaarlijks de sorteeranalyses van het restafval per gemeente uitvoeren.
Programma Fysiek beheer openbare ruimte en Mobiliteit
Deelnemende partijen

De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, de Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Woerden, Woudenberg, Wijk bij Duurstede, IJsselstein en Zeist.

Rechtsvorm en type regeling 

Rechtsvorm: Gemeenschappelijke regeling

Type regeling: collegeregeling

Vooral gericht op: uitvoering  (beleidsarme regeling)

Bestuurders vanuit onze gemeente Lid : wethouder B. Schomaker
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd Namens de gemeenten voert de gemeenschappelijke regeling AVU de regie op de overslag, het transport, de bewerking en de verwerking van het door de inwoners van de provincie Utrecht aangeboden huishoudelijk afval.
Financiële bijdrage

Deelnemersbijdrage:
Begroting 2025: €337.048 
Jaarrekening 2025: €280.119 
Begroting 2026: €308.851
Begroting 2027: 337.844 

Belang van Oudewater De AVU bundelt de deskundigheid van de aangesloten gemeenten, waardoor er voor beleid en uitvoering een platform met veel (plaatselijke) kennis beschikbaar is. Door inzameling en verwerking van huishoudelijk afval gezamenlijk aan te besteden, worden dankzij grote hoeveelheden in de regel gunstige tarieven verkregen.
Financiële en inhoudelijke ontwikkelingen 2026

 

De bijdrage voor 2027 is vergelijkbaar met de begrote bijdrage voor 2025. In de ontwerpbegroting 2027 is nog uitgegaan van de ingezamelde hoeveelheden van voorgaande jaren. Er wordt echter verwacht dat de maatregelen uit het Grondstoffenbeleidsplan, die per 1 januari 2024 zijn ingevoerd, leiden tot een daling van de hoeveelheid restafval. Wanneer de verwachte besparing wordt meegenomen, zal de deelnemersbijdrage naar verwachting overeenkomen met die van 2026. 

 

Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2026

Begin boekjaar: €0
Einde boekjaar: €0 

De AVU streeft ernaar geen vermogen op te bouwen. 

Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2026

Begroot vreemd vermogen (Passiva – Eigen Vermogen)
Begin boekjaar: €15.333.000
Einde boekjaar: €15.333.000 

Financieel resultaat 2027 (saldo van baten en lasten)

Begroot financieel resultaat 2027: €0 

Risico's In principe kent de AVU geen risico’s. Alleen wanneer een grote contractpartner haar verplichtingen niet kan nakomen, zou een nieuwe overeenkomst meerkosten met zich mee kunnen brengen. Deze meerkosten worden dan doorberekend aan de deelnemende gemeenten.

Ferm Werk

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen - Ferm Werk

 

Vestigingsplaats Woerden
Doel

Ferm Werk is de uitvoeringsorganisatie van vier gemeenten op het terrein van Participatie, Werk & Inkomen. De vier deelnemende gemeenten Woerden, Montfoort, Oudewater en Bodegraven-Reeuwijk hebben alle taken van hun sociale diensten, inclusief het daarmee verbonden operationele beleid, ondergebracht bij Gemeenschappelijke Regeling Ferm Werk.
De dienstverlening die Ferm Werk verzorgt, betreft het uitvoeren van taken in het kader van: 
-    de Wet Sociale Werkvoorziening;
-    de Participatiewet;
-    de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); 
-    de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
-    het Besluit Bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz2004);
-    de Wet inburgering 2021 (Wi2021);                                                                                                                              -    de Wet van school naar duurzaam werk .

Tot de taken van Ferm Werk behoort het op basis van genoemde regelgeving verstrekken van uitkeringen en overige inkomensondersteuning en het uitvoeren van in de regelgeving aangegeven activiteiten ter bevordering van participatie en re-integratie in het arbeidsproces.

Programma 3. Sociaal domein
Deelnemende partijen De gemeentebesturen van Oudewater, Woerden, Montfoort en Bodegraven-Reeuwijk. De deelnemende gemeenten hebben in het bestuur stemrecht naar rato van het aantal inwoners. Dit komt erop neer dat de gemeente Oudewater ongeveer 10% van de stemmen in het Algemeen Bestuur heeft. Besluiten worden genomen met twee derde meerderheid van stemmen. Zowel in het regionaal ambtelijk overleg als in het bestuur van Ferm Werk vindt afstemming tussen de vier deelnemende gemeenten plaats.
Rechtsvorm en type regeling 

Rechtsvorm: Gemeenschappelijke regeling.

Type regeling:  gemengde regeling. 

Vooral gericht op: zowel bestuurskracht (beleidsrijke regeling) als uitvoering  (beleidsarme regeling).

Bestuurders vanuit onze gemeente

Wethouder V. Bos (AB & DB), wethouder B. Schomaker (AB)
wethouder D. Stapel (plv lid AB)

Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd Zie doel.
Financiële bijdrage

Jaarrekening 2025:
Reguliere dienstverlening € 3.598.000,-
Aanvullende dienstverlening € 21.000,-
Totaal € 3.619.000,-

Begroting 2027:
Reguliere dienstverlening € 3.892.000,-
Aanvullende dienstverlening € 29.000,-
Totaal € 3.921.000,-

 

Belang van Oudewater We streven ernaar dat zo veel mogelijk inwoners mee kunnen doen in de Oudewaterse samenleving. We streven naar een integrale werkwijze waarbij inwoners zo goed mogelijk worden ondersteund zonder last te hebben van verschillen tussen wettelijke regimes.

Financiële ontwikkelingen 2027

 

De begroting 2027-2030 bouwt voort op de herziene begroting 2026. Voor circa 90% van het totale budget zijn de ramingen gebaseerd op de aantallen en prijzen uit de jaarrekening 2025 en de doorrekening in de herziene begroting 2026. Voor 2027 is over de hele linie een loon- en prijsindexatie van 2,5% toegepast.

Bij de inkomensregelingen wordt voor 2027 uitgegaan van een stijging van het aantal uitkeringen met 0,8% ten opzichte van de herziene begroting 2026. In combinatie met de indexatie leidt dit tot hogere uitkeringslasten. Het totale budget voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ stijgt hierdoor met € 817.000, waarvan € 197.000 samenhangt met de verwachte volumestijging en € 620.000 met indexatie. Deze ontwikkelingen gelden voor Ferm Werk als geheel en werken via de verdeelsleutels door in de bijdrage van Oudewater.

Ook de uitvoeringskosten nemen toe als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. De loon- en prijsindexatie leidt tot een stijging van € 574.000. Daar staan lagere incidentele kosten en lagere middelen voor infrastructuur en Participatiewet in Balans tegenover, waardoor de totale uitvoeringskosten per saldo met € 76.000 toenemen ten opzichte van de herziene begroting 2026.

Voor Oudewater stijgt de bijdrage voor het programma Inkomensregelingen van € 2,038 miljoen in de herziene begroting 2026 naar € 2,100 miljoen in 2027. De totale bijdrage van Oudewater komt in de begroting 2027 uit op € 3,921 miljoen. De stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door loon- en prijsindexatie, de ontwikkeling van de uitkeringslasten en wijzigingen in de uitvoeringskosten

Inhoudelijke ontwikkelingen 2027

Ferm Werk opereert in een context die gekenmerkt wordt door een toenemende doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, aanhoudende krapte op deze arbeidsmarkt en een steeds grotere groep statushouders die is aangewezen op de ondersteuning van Ferm Werk. Tegelijkertijd heeft Ferm Werk te maken met belangrijke vraagstukken die de basis van de organisatie raken en een noodzakelijke, en door de rijksoverheid onderstreepte, transitie van de sociale infrastructuur. Samen met het landelijke adviesteam van de VNG en de vier Ferm Werk gemeenten wordt invulling gegeven aan de ontwikkeling die Ferm Werk als sociaal ontwikkelbedrijf te maken heeft. Om zo in de toekomst de ondersteuning te kunnen blijven bieden aan kwetsbare inwoners op weg naar de voor hen zo hoog mogelijke vorm van participatie, bij voorkeur een vorm van betaald werk. Ferm Werk blijft waarde hechten aan uitstroom naar werk en opleiding, waarbij de lat onverminderd boven de landelijke norm ligt. Met nieuwe wetgeving in de Participatiewet in balans en de Wet van school naar duurzaam werk, wordt tegelijkertijd invulling gegeven aan een breder en effectiever bereik van de ondersteuning in het sociaal domein, met bijzondere aandacht aan integraliteit en samenwerking. 

Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2026

Ferm Werk houdt structureel geen omvangrijk eigen vermogen aan; resultaten worden in beginsel verrekend met de deelnemende gemeenten.

Financieel resultaat 2026 (saldo van baten en lasten)

€ 0

Risico's

De belangrijkste risico’s voor Ferm Werk hangen samen met ontwikkelingen binnen de uitvoering van de Participatiewet en de economische omstandigheden. De belangrijkste risico’s hebben betrekking op:

- Ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden
- Externe factoren en economische ontwikkelingen
- Financiële rechtmatigheid
- Personele ontwikkelingen
- Vergrijzing van de doelgroep
- Wijzigingen in wet- en regelgeving
- Overige risico’s

In de begroting van Ferm Werk wordt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing nader ingegaan op de geïdentificeerde risico’s en de wijze waarop hiermee wordt omgegaan.

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU)

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen - Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU)

 

Vestigingsplaats Utrecht
Doel Het in stand houden van een dienst van gemeenten ter uitvoering van de taken bij of krachtens de Wet publieke gezondheid opgedragen aan de colleges op het gebied van de publieke gezondheid.
Programma 3. Sociaal domein
Deelnemende partijen Alle 26 gemeenten van de provincie Utrecht houden de gemeenschappelijke regeling in stand.
Met ingang van 2014 is er 1 regeling voor zowel de stad Utrecht als de overige gemeenten. Vanaf 2014 heet de GGD niet langer ‘GGD Midden Nederland’ maar: ‘GGD regio Utrecht’ (GGDrU).
Rechtsvorm en type regeling 

Rechtsvorm: GR

Type regeling: collegeregeling

Vooral gericht op: bestuurskracht (beleidsrijke regeling)  

Bestuurders vanuit onze gemeente

Lid : wethouder V. Bos 
Plv. Lid : wethouder B. Schomaker

Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd

De GGDrU levert een bijdrage aan het bevorderen van een gezonde bevolking door middel van onderzoek, advies en ondersteuning. Infectieziektenbestrijding is een belangrijke taak van de GGDrU; het belang is door de corona-uitbraak in 2020 nog duidelijker geworden. 

De JGZ heeft een belangrijke signalerende functie als het gaat om de ontwikkeling van onze jeugd. Een andere belangrijke taak van de GGDrU is het verzamelen van epidemiologische gegevens waarmee de gemeenten hun beleid kunnen richten.

Financiële bijdrage

Jaarrekening GGDrU 2025: € 488.671

Begroting Oudewater 2026: €  544.090

Begroting Oudewater  2027:  € 571.135

De inwonerbijdrage voor de Algemene Publieke Gezondheidstaken bedraagt in 2027 per inwoner € 8,772 (2026: € 8.589).

De kindbijdrage voor de uitvoering van de JGZ bedraagt in 2027 per kind € 177.064  (2026: € 173.376).

 

Belang van Oudewater Onderdeel uitmaken van de verbonden partij GGDrU levert Oudewater voordelen op het gebied van (financiële) risicospreiding, bestuurlijke kracht en effectiviteit, kennis en expertise, en efficiency dankzij samenwerking met andere gemeenten én met de GGDrU zelf.
Financiële ontwikkelingen 2027

De ontwerpbegroting 2027 is beleidsarm opgesteld en sluit aan bij de kaderbrief 2027 en de ingediende zienswijzen van gemeenten. De begroting verwerkt de in 2025 vastgestelde structurele bezuinigingen en houdt rekening met bezuinigingen op maatwerk vanuit individuele gemeenten. Tegelijkertijd blijft GGDrU investeren in de continuïteit van de wettelijke publieke gezondheidstaken en in de verdere versterking van de kennis- en adviesfunctie. De begroting houdt daarnaast rekening met loon- en prijsindexatie, wijzigingen in collectief en individueel maatwerk en onzekerheden rondom de rijksfinanciering van onder meer COVID-19 en pandemische paraatheid. Daarmee wordt invulling gegeven aan een financieel gezonde en toekomstbestendige organisatie, binnen de financiële kaders van de deelnemende gemeenten.

Inhoudelijke ontwikkelingen 2027

Beweging naar gezondere mensen in een gezondere maatschappij
Echte gezondheidswinst is alleen te behalen wanneer partijen uit het sociaal domein, de fysieke omgeving en het (publieke) zorgdomein regionaal samenwerken. Door een brede gezamenlijke en structurele aanpak van preventie wordt een beweging in gang gezet die leidt tot gezondere mensen in een gezondere maatschappij. Daarmee draagt GGDrU met een collectieve aanpak bij aan individuele gezondheid.


Verschuiving van zorg naar gezonde leefstijl
De zorg in Nederland staat onder druk, doordat in alle zorgsectoren de vraag naar zorg harder stijgt dan het aanbod. We worden steeds ouder en het aandeel ouderen in onze samenleving neemt toe. Om te zorgen dat alle Nederlanders die dit nodig hebben goede zorg kunnen blijven ontvangen, zijn in het Integraal Zorg Akkoord (IZA) afspraken gemaakt over samenwerking, preventie en het versterken van de eerstelijnszorg. Meer inzetten op preventieve interventies die gezond leven stimuleren en bijdragen aan een gezonde en sociale samenleving is in dit akkoord een belangrijk speerpunt (‘de beweging naar de voorkant’).


Het doorontwikkelen van de advies- en kennisfunctie van GGDrU is essentieel om aan te sluiten bij de ontwikkelingen van IZA en GALA en gemeenten en ketenpartners te ondersteunen bij de transformatie die deze beweging vraagt. Het Algemeen Bestuur heeft eind 2024 de transformatieopdracht gegeven, met focus op drie thema’s: mentale gezondheid jeugd, dubbele vergrijzing en gezonde leefomgeving.

De pijlers
GGDrU focust zich vanuit regionale samenwerking op drie inhoudelijke pijlers van de bestuursagenda 2023–2027:

• Een gezonde en veilige leefomgeving: GGDrU staat voor inwoners die wonen, leven, naar school gaan en werken in een gezonde en veilige omgeving waar bedreigingen van de publieke gezondheid worden gesignaleerd en bestreden en maatschappelijke onrust wordt beperkt.
• Kansrijk opgroeien: GGDrU biedt een stevig fundament met Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en gezondheidsbevordering. We zetten in op gezinnen en wijken waar het minder goed gaat en pakken maatschappelijke vraagstukken aan zoals kindermishandeling, schoolverzuim, armoede en jeugdcriminaliteit.
• Langer gezond zelfstandig: Samen met gemeenten, inwoners en partners werkt GGDrU aan positief gezond oud worden in de regio Utrecht, met aandacht voor veerkracht, mentaal welbevinden en een sterk sociaal netwerk.
• Een wendbare en vitale organisatie: GGDrU wil een stabiele en toekomstbestendige organisatie zijn die meebeweegt met veranderingen in de samenleving en waar mensen graag willen werken.

Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2025

Begin boekjaar: € 6.216.567
Einde boekjaar: €  8.953.301

Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2025

Begin boekjaar: € 36.061.875
Einde boekjaar: € 29.839.356

Financieel resultaat 2025 (saldo van baten en lasten)

Saldo van baten en lasten: € 2.737.000
Resultaat (na mutaties reserves): €  3.987.000

Risico's

Hieronder zijn deze mogelijke risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen kort toegelicht:


A. Interne bedrijfsvoering

•    Categorie: Europees aanbesteden
Risico: Er wordt niet voldaan aan de aanbestedingsregels.
Beheersmaatregel: Continue optimalisering van het gecentraliseerd digitaal ingericht contractbeheer zodat de juiste informatie op het juiste moment en de juiste plaats beschikbaar is.
•    Categorie: ICT omgeving (telefonie)
Risico: Mogelijke problemen met de telefonieomgeving wegens beperkte ondersteuning.
Beheersmaatregel: GGDrU is aangesloten op de nieuwe landelijke GT-Connect aanbesteding via de VNG.
•    Categorie: ICT omgeving (complexiteit)
Risico: Onvoldoende adequaat systeembeheer leidt tot risico’s op het gebied van veiligheid en toepassing in de praktijk.
Beheersmaatregel: Ontwikkelen en uitvoeren van een meerjarige visie om een veilige en goed beheerste ICT-omgeving te waarborgen.
•    Categorie: Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)
Risico: Niet voldoen aan wet- en regelgeving bij verwerking van persoonsgegevens.
Beheersmaatregel: Cyclische benadering van beleid, processen en uitvoering.
•    Categorie: Fluctuatie inwoner- en kindaantallen
Risico: Structurele lasten bij fluctuerende opbrengsten.
Beheersmaatregel: Opvang door natuurlijk verloop van medewerkers en evaluatie van de financieringsmethodiek.

•    Categorie: Publieke Gezondheid Asielzoekers (PGA)
Risico: Structurele lasten bij fluctuerende opbrengsten.
Beheersmaatregel: Opvang door tijdelijke krachten.

•    Categorie: Tekort gekwalificeerd (medisch) personeel
Risico: Onvoldoende capaciteit en kennis; verhoogde druk op bestaand personeel met risico op ziekteverzuim.
Beheersmaatregel: Actieve inzet op werving en behoud van gekwalificeerd personeel.
•    Categorie: Fiscaliteit
Risico: Niet voldoen aan fiscale regelgeving (mogelijk leidend tot boetes).
Beheersmaatregel: Zorgvuldige processen voor loonbelastingopgaven, btw-aangiften, opgaven aan het btw-compensatiefonds en de WKR.
•    Categorie: Transitie coronabedrijf
Risico: Behoud van gekwalificeerde medewerkers uit het coronabedrijf lukt niet, waardoor uitvoering in de knel kan komen.
Beheersmaatregel: Door de beperkte omvang van de VWS-opdracht voor 2024 is de impact van dit risico minimaal.

B. Samenwerking in de GR
•    Categorie: Ombuigingen
Risico: Ombuigingen worden niet conform plan uitgevoerd.
Beheersmaatregel: Het ombuigingsplan 2023–2026 is vastgesteld door het AB; de voortgang wordt gemonitord.
•    Categorie: Maatwerk
Risico: Structurele lasten bij fluctuerende opbrengsten.
Beheersmaatregel: Voortdurend overleg met gemeenten over regionale samenwerking in het gezondheidsdomein.
•    Categorie: Forensische Geneeskunde (FG) en MAZ-aanbesteding

Risico: Niet-gunning van aanbesteding leidt tot verbreding van het takenpakket en maakt instroom van nieuwe medewerkers moeilijk.
Beheersmaatregel: Inzet van externe ondersteuning bij de aanbesteding om het proces zorgvuldig te doorlopen.

C. Externe ontwikkelingen
•    Categorie: Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E)
Risico: Ontbreken van adequate maatregelen leidt tot gezondheidsklachten en ongevallen.
Beheersmaatregel: Uitvoeren en opvolgen van de RI&E met een meerjarig plan van aanpak gericht op vermindering van ziekteverzuim, meer werkplezier en hogere productiviteit.
•    Categorie: Nieuwe pandemie / disruptieve gebeurtenissen
Risico: Capaciteitsproblemen om een crisis adequaat te bestrijden.
Beheersmaatregel: Leren van de coronapandemie en investeren in structurele maatregelen en middelen voor blijvende paraatheid.
•    Categorie: Stoppen subsidie seksuele gezondheid
Risico: Structurele personele lasten bij wegvallen opbrengsten.
Beheersmaatregel: GGDrU volgt de landelijke ontwikkelingen rond de ASG-regeling en de aanbevelingen van het onderzoek van AEF en de Kamerbrief van december 2023.


Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 1.710.250. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 2.486.275. Daarmee is de verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit 1,454. Hiermee zijn de genoemde risico's financieel afdoende afgedekt.

 

Omgevingsdienst Utrecht (ODU)

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen - Omgevingsdienst Utrecht (ODU)
Vestigingsplaats Provinciehuis Utrecht
Doel

De Omgevingsdienst Utrecht ondersteunt en adviseert de gemeente Oudewater bij het uitvoeren van milieutaken en het ontwikkelen van beleid voor milieu en duurzaamheid.
De ODRU levert een bijdrage aan het realiseren van een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving en het versterken van de bestaande milieukwaliteit door inwoners, bedrijven en overheden te stimuleren tot milieuvriendelijk handelen en gedrag.

Voor de uitvoering van de milieutaken is de programmabegroting van de gemeente leidend. Binnen dit financiële kader wordt jaarlijks een Uitvoeringsprogramma (UVP) opgesteld. Dit zijn de kaders waarbinnen de Omgevingsdienst haar taken uitvoert.

Programma 4. Cultuur, Economie, Recreatie & toerisme, Energietransitie
Deelnemende partijen De gemeentebesturen van Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, De Ronde Venen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Woerden, Woudenberg, Wijk bij Duurstede, IJsselstein, Zeist en de Provincie
Rechtsvorm en type regeling 

Rechtsvorm: GR 

Type regeling: collegeregeling 

Vooral gericht op:  uitvoering  (beleidsarme regeling) 

Bestuurders uit onze gemeente Lid : wethouder mr. D. Stapel
Plv. lid : wethouder drs. B.M. Schomaker
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd Een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving (in het kader van milieu).
Financiële bijdrage

Conform de gemeenschappelijke regeling dragen de 26 deelnemende gemeenten en de Provincie gezamenlijk het risico voor de Omgevingsdienst.

Jaarrekening 2025: € 593.840,-

Begroting 2025: € 693.351,-

Begroting 2026 : € 666.000

Financiële ontwikkelingen 

Bij de vorming van de nieuwe omgevingsdienst zal gebruik gemaakt worden van een andere financieringssystematiek. 

De vaste bijdrage is ter dekking van de vaste lasten van de organisatie met name bedrijfsvoering. Bij de berekening van de variabele bijdrage is uitgegaan van de door de deelnemers in mei 2026 verstrekte uitvoeringsplannen voor 2027. Deze tellen op tot een structurele afname van producten en diensten. Het bijbehorende uurtarief is € 83,75 voor 2027.

Inhoudelijke ontwikkelingen 

 

De Omgevingsdienst Utrecht (hierna: ODU) is per 1 januari 2026 formeel van start gegaan. 2027 is het tweede jaar van de ODU als fusieorganisatie. Waar de jaren 2025 en 2026 in het teken stonden van samenvoeging, harmonisatie en het creëren van organisatorische stabiliteit, is 2027 een richtinggevend jaar: het jaar waarin de ODU vanuit een geconsolideerd fundament expliciete keuzes maakt die bepalend zijn voor de ontwikkeling naar de omgevingsdienst van de toekomst.

Hoewel 2027 geen jaar is van majeure beleidsintensiveringen of taakuitbreidingen, is het nadrukkelijk ook geen beleidsarm jaar. Juist in deze fase is het noodzakelijk om richting te geven aan de ontwikkeling van de ODU, ten aanzien van landelijke ontwikkelingen, regionale opdrachten, sturing op kwaliteit en maatschappelijke effecten en de inzet van financiële en personele middelen.

 

Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2025 Begin boekjaar: € 1.710.203,-  (ODRU)
Einde boekjaar: € 2.879.170,-  (ODRU)
Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2025

Begin boekjaar: € 6.584.128,-  (ODRU)
Einde boekjaar: € 7.885.168,-  (ODRU)

Solvabiliteitsratio:  27,42% (hoe hoger, hoe groter de weerbaarheid) (ODRU)

Financieel resultaat 2025 (saldo van baten en lasten) Saldo van baten en lasten:  € 1.168.966,-  (ODRU)
Geraamd resultaat (na mutaties reserves): € 0,-
Risico's

Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die de ODU loopt. Het gaat hier over niet kwantificeerbare risico’s. Voor kwantificeerbare risico’s worden voorzieningen gevormd. In artikel 28 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht is bepaald dat de algemene reserve maximaal 7 procent van de jaaromzet bedraagt.

Jaarlijkse exploitatieoverschotten worden toegevoegd aan de algemene reserve en verhogen het weerstandsvermogen. Een exploitatietekort wordt opgevangen binnen het weerstandsvermogen, tenzij het weerstandsvermogen hiervoor onvoldoende is. In dat geval dragen de deelnemers hun deel naar rato van de uren uit de DVO (van de betreffende deelnemer) bij.

De weerstandscapaciteit is het totaal van de middelen waarover de ODU beschikt om onvoorziene kosten te dekken. Voor de ODU is de algemene reserve aan te merken als beschikbare incidentele weerstandscapaciteit. Het beginvermogen van de ODU zal na de afwikkeling van de jaarrekeningen van de oude diensten gestort worden. Er wordt van uitgegaan dat het gestorte beginvermogen voldoende is om het restrisico af te dekken. Daarnaast bestaat de weerstandscapaciteit uit de post Onvoorzien. 

 

Vennootschappen en coöperaties

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

Terug naar navigatie - Vennootschappen en coöperaties - Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

 

Vestigingsplaats Den Haag
Openbaar belang De BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. De strategie van de bank is gericht op het behouden van substantiële marktaandelen in het Nederlands maatschappelijk domein en het handhaven van een excellente kredietwaardigheid (Triple A). Daarnaast streeft zij naar een redelijk rendement voor haar aandeelhouders. De BNG biedt financiële diensten op maat, zoals kredietverlening, betalingsverkeer, advisering en elektronisch bankieren. Daarnaast neemt zij deel aan projecten in de vorm van publiek-private samenwerking.
Doel BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Alleen overheden, namelijk het Rijk (50%), gemeenten, waterschappen en provincie mogen aandeelhouder zijn van de BNG. Hierdoor kan toezicht gehouden worden op optimale belangenbehartiging voor deze overheden.
Programma 7. Algemene inkomsten
Deelnemende partijen De gemeente Oudewater heeft geen zetel in het bestuur en de raad van commissarissen van de BNG. De gemeente heeft als aandeelhouder wel stemrecht in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Overheden en instellingen op het gebied van volkshuisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, cultuur en openbaar nut (publieke sector).
Rechtsvorm en type regeling

Rechtsvorm: naamloze structuurvennootschap

Vooral gericht op: uitvoering

Bestuurders vanuit onze gemeente Geen deelname in het bestuur. Wel zeggenschap door het bezit van aandelen.
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd Zie doel.
Financiële bijdrage (ontvangst dividend)

De bank is een structuurvennootschap. De Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een waterschap.
De gemeente Oudewater bezit 27.612 aandelen (= 0,0507% van het totaal aantal aandelen). Jaarlijks ontvangt de gemeente dividend naar rato van het aantal aandelen.

Begroting 2026 : € 45.000

Begroting 2027 : € 45.000

Belang van Oudewater Eventuele kortlopende en langlopende leningen aangaan en deposito’s uitzetten.
Daarnaast heeft de gemeente afgelopen jaren aandelen van de bank in haar bezit. Op deze aandelen wordt jaarlijks dividend ontvangen.
Financiële ontwikkelingen De positieve ontwikkeling van de leverage ratio was onlangs de aanleiding voor de BNG bank om de pay-out ratio te verhogen van 37,5% naar 50%. Dit is in lijn met het staande beleid van BNG Bank.
Inhoudelijke ontwikkelingen BNG Bank wil de positie van expert in financiering van publieke voorzieningen in de komende jaren verder versterken. De strategie is gericht op het inspelen op de (veranderende) behoeften van de klant door het volgen van het overheidsbeleid en het bieden van maatwerk-oplossingen voor de financiering van duurzame investeringen.
Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2025

Begin boekjaar: € 4.777 miljoen
Einde boekjaar: € 4.863 miljoen

Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2025

Begin boekjaar: €  123.164 miljoen
Einde boekjaar: €  110.701 miljoen

Financieel resultaat 2025 (saldo van baten en lasten)

Nettowinst na belastingen van €  172 miljoen (2024: € 294 miljoen).

Risico's  

 

Vitens

Terug naar navigatie - Vennootschappen en coöperaties - Vitens
Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang

De kernactiviteiten zijn winning, productie en levering van (drink)water aan particulieren en bedrijven.

Vitens is een publiek bedrijf. De aandeelhouders van Vitens – gemeenten en provincies – ondersteunen de maatschappelijke doelstellingen van Vitens, met (mede)verantwoordelijkheid voor gezondheid (door veilig en betrouwbaar drinkwater) en een duurzame samenleving met zorg voor de bescherming van natuur en milieu.
Voor de aandeelhouders wil Vitens een financieel krachtig bedrijf zijn en een marktconform dividend uitkeren bij een gezonde solvabiliteit.

Doel Vitens NV is een publiek (drink)waterbedrijf, waaronder begrepen de winning, productie, transport, verkoop en distributie van water, alsmede het verrichten van alles wat met de publieke watervoorziening verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn. De aandelen van de NV zijn (in)direct in handen van provinciale en gemeentelijke overheden. Hierdoor kan toezicht gehouden worden op optimale belangenbehartiging voor deze overheden.
Programma 4. Cultuur, economie en milieu (nutsbedrijven)
Deelnemende partijen De gemeente Oudewater is aandeelhouder en heeft daarmee stemrecht. De gemeente heeft 9.199 aandelen (0,159 % van het totaal aantal aandelen) in haar bezit.
Betrokken zijn diverse gemeenten en provincies.
Rechtsvorm en type regeling

Rechtsvorm: NV

Type regeling: collegeregeling

Vooral gericht op: uitvoering  (beleidsarme regeling)

Bestuurders vanuit onze gemeente Geen deelname in het bestuur. Wel zeggenschap door het bezit van aandelen.
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd Zie doel.
Financiële bijdrage (ontvangst dividend)

Baten (dividenduitkering): Aantal aandelen Oudewater: 9.199

Randvoorwaardelijk bij de uitkering van dividend is de continuiteitsdoelstelling van Vitens. Voor meer informatie zie Jaarverslag Vitens.

Begroting 2026 : € 0

Begroting 2027 : € 0

Het dividend wordt gerelateerd aan het nettoresultaat. Het bedrag aan dividend dat wordt uitgekeerd bedraagt minimaal 40% en maximaal 75% van het nettoresultaat. Relevant hierbij is de benodigde toevoeging aan de reserves om de continuïteit van de onderneming te waarborgen (t.b.v. investeringen in vaste activa of het versterken van de solvabiliteit).

Belang van Oudewater

Een goede drinkwatervoorziening tegen een betaalbare prijs voor de inwoners van Oudewater. Daarnaast het belang als aandeelhouder.

Vitens streeft naar zo laag mogelijke drinkwatertarieven, onder voorwaarde dat aan de continuïteitsdoelstelling wordt voldaan. Uitgangspunt hierbij is een bedrijfsresultaat (EBIT) dat jaarlijks wordt begroot op het niveau van het vastgestelde maximaal toegestane WACC-percentage (Weighted Average Cost of Capital) minus de bepaalde afslag, die varieert tussen de 0-0,5%.

Financiële ontwikkelingen 2027

De afgelopen jaren heeft Vitens geen dividend uitgekeerd als gevolg van de lage WACC (=Weighted Average Cost of Capital) en het hoge investeringsniveau. Ook in 2022 is er geen dividend uitgekeerd. De solvabiliteit en het eigen vermogen laten echter een goede ontwikkeling zien. De solvabiliteit is ultimo 2022 uitgekomen op 31,0% (2021: 30,2%) en dit kan betekenen dat Vitens weer dividend aan gemeenten zal uitkeren. Bij een solvabiliteit <30% wordt in beginsel geen dividend uitgekeerd. Op basis van het meerjarenplan 2023-2027 heeft Vitens haar verbruiks- en vastrechttarieven 2023 voor de consument verhoogd. Hierbij is uitgegaan van de maximale WACC van 2,95% voor 2023.

Inhoudelijke ontwikkelingen 2027

Men heeft een steeds grotere uitdaging bij de leveringszekerheid van drinkwater op piekmomenten. Tijdens een hete zomer is het bijvoorbeeld lastig om altijd aan de vraag te voldoen. Daarom gaat men de komende jaren investeren in (nieuwe) productielocaties en de vervanging en aanleg van (nieuwe) leidingen,  extra reservoirs om de vraag op piekdagen in een gebied op te vangen en zetten zij ook in op het beperken van de drinkwatervraag door campagnes en advisering aan consumenten en zakelijke klanten.

Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2024

Begin boekjaar: € 649.500.000
Einde boekjaar: € 677.700.000

Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2024

Begin boekjaar: € 1.446.600.000
Einde boekjaar: € 1.559.700.000

Financieel resultaat 2025 (saldo van baten en lasten)

Bedrijfsresultaat (Ebit): €      miljoen (2024: € 72,9 miljoen) 

 

Risico's

Een uitdaging voor Vitens is de uitvoerbaarheid van hun investeringsprogramma. Onder meer conflicterende wetgeving en krapte in de aannemerij zorgen voor beperkingen. De regelgeving rondom stikstof zorgt niet langer voor obstakels omdat – vanwege het vitale belang – een uitzondering is gemaakt voor de drinkwaterinfrastructuur.

Stichtingen en verenigingen

Stichting Urgentieverlening West-Utrecht

Terug naar navigatie - Stichtingen en verenigingen - Stichting Urgentieverlening West-Utrecht
Vestigingsplaats Woerden
Doel Het verlenen van urgentieverklaringen voor een sociale huurwoning aan woningzoekenden uit de regio West Utrecht.
De verklaringen werden  afgegeven door de stichting op basis van de Huisvestingsverordening  gemeente Oudewater 2024. Deze is vastgesteld door de gemeenteraad. Er is geen eigen visie van de stichting voor de realisatie van de doelstellingen uit de programma's van de begroting. De stichting en de urgentiecommissie van de stichting voeren  de huisvestingsverordening uit bij mandaatbesluit van de deelnemende gemeenten via de urgentiecommissie van de stichting.
Programma 6. Ruimtelijke ontwikkeling en wonen
Deelnemende partijen De gemeenten Oudewater, De Ronde Venen, Lopik, Montfoort, Stichtse Vecht en Woerden.
Rechtsvorm en type regeling

Rechtsvorm:  stichting   

Type regeling: collegeregeling 

Bestuurders vanuit onze gemeente Lid : Dick Stapel
Plv. lid : Vincent Bos 
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd Zie doel.
Financiële bijdrage

Jaarrekening: € 4.625

Begroting 2026 : € 4.696

Begroting 2027 :  € 4.696

Belang van Oudewater Het behandelen van urgentieaanvragen (met voorrang in aanmerking komen voor een schaarse sociale huurwoning) in subregionaal verband heeft als voordeel dat aanvragen objectiever worden beoordeeld omdat er meerdere beoordelaars zijn die de aanvragen gezamenlijk beoordelen. De beoordelaars hebben bovendien kennis en ervaring en kunnen aanvragen in heden en verleden met elkaar vergelijken (voorkomen van rechtsongelijkheid). Het zelf in stand houden van een organisatie voor het aanvragen, het administreren, het vormen van dossiers, het nemen van besluiten, het maken van beschikkingen, het voorbereiden van collegevoorstellen en het voeren van verweer in bezwaarprocedures voor urgenties, vergen kennis en is kostbaar maar ook kwetsbaar als dit proces door één persoon moet worden uitgevoerd. 
Financiële ontwikkelingen 2027

Het totaal aantal urgentie-aanvragen stijgt sinds 2023 (2023: 2, 2024: 3, 2025: 7). Dit is SUWU-breed (2023: 55, 2024: 100, 2025: 113). Voor 2025 zou de stijging voor de SUWU hebben geleid tot een negatief resultaat en een te grote aanslag op de reserves. Aan de zes gemeenten is een extra bijdrage gevraagd voor 2025 van in totaal € 36.000. Voor Oudewater was dit € 1.850.  Daarmee zijn de tekorten die zijn opgelopen door de ruim toegenomen aantal aanvragen in 2024 en 2025 op de korte termijn gedicht én is een financieel gezonde situatie bewerkstelligd. In de gemeentelijke bijdrage voor 2026 wordt de incidentele verhoging, structureel voortgezet, is € 4.903 (2025: oorspronkelijk € 2.775, definitief € 4.625.)

Voor 2017 werd de bijdrage van de deelnemende gemeenten aan de SUWU bepaald door de begrote uitgaven te delen door het aantal inwoners. Vanaf 2018 is dat nog maar voor de helft. De andere helft wordt bepaald door het aantal aanvragen uit de gemeente. Het aantal inwoners en het aantal aanvragen is voor Oudewater voor allebei relatief klein. 

Inhoudelijke ontwikkelingen 2027

Vanuit de betrokken gemeenten is er een urgentiecommissie die urgentieaanvragen behandelt. Het Vierde Huis (extern) bereidt de besluiten van de Stichting Urgentieverlening West Utrecht voor. De aanvrager betaalt € 150 leges aan de stichting. De gemeente betaalt € 100  aan de aanvragers als de urgentie wordt verleend. De druk op de woningmarkt en de schaarste aan sociale huurwoningen blijft groot. De urgentiecommissie van de SUWU blijft zich met maatwerk inzetten voor inwoners van Oudewater die zich zonder urgentie onmogelijk kunnen redden. Dat laat onverlet dat de commissie steeds blijft meewegen in hoeverre aan aanvrager verwijtbaar is dat hij of zij in de benarde situatie is beland en naar de eigen inzet die men pleegde om het probleem te voorkomen of op te lossen. Het blijft gaan om noodsituaties die, zeker als er minderjarige kinderen in het geding zijn, binnen zes maanden moeten worden opgelost door het bieden van een ‘dak-boven-het-hoofd’. 

Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2026

Begin boekjaar: € 15.282
Einde boekjaar: € 10.908

Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2026 n.v.t.
Financieel resultaat 2025 (saldo van baten en lasten) €  17.797

Risico

Bij een grote toename van urgentieaanvragen zal het budget niet kostendekkend zijn en wordt de gemeentelijke bijdrage het jaar daarop hoger. Op het aantal aanvragen is lastig een peil op te trekken.  Een overzicht SUWU-breed: 2017 (111), 2018 (147), 2019 (56), 2020 (72), 2021 (103), 2022 (61), 2023 (55) , 2024 (100) en 2025 (113).

Overige verbonden partijen

MRU West

Terug naar navigatie - Overige verbonden partijen - MRU West
Doel

Doel van de samenwerking is om te komen tot een regionale aanpak van de regionale uitdagingen op het gebied van woningbouw, mobiliteit, economie, energietransitie, groen en landschap en gezond leven, waarbij de lijn van het verdicht verstedelijken rondom knooppunten is vastgelegd in de uitvoeringsagenda die door de gemeenteraden van de MRU West in 2025 is vastgesteld. In de stedelijke regio rond Utrecht speelt zich het merendeel van het economisch, maatschappelijk en fysieke verkeer af. De samenwerking richt zich niet alleen op overheden, maar wil deze ook verbinden met het bedrijfsleven en kennisinstellingen (‘triple helix’). Hiermee wil de samenwerking bereiken dat de regio Utrecht in de toekomst een aantrekkelijke vestigingsplaats voor inwoners en bedrijven blijft en er gezond kan worden geleefd in een stedelijke regio. 

Programma 1. Bestuur, dienstverlening en veiligheid
Deelnemende partijen

De gemeentebesturen van Bunnik, De Bilt, Houten, IJsselstein, Lopik, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist, Montfoort, De Ronde Venen en Oudewater zijn lid van de MRU West. Het betreft een flexibele netwerksamenwerking waarbij de gemeenten niet allemaal even intensief deelnemen op alle thema’s.

Rechtsvorm en type regeling

Rechtsvorm: netwerksamenwerking op grond van een bestuursconvenant
Type regeling: collegeregeling
Vooral gericht op: uitvoering  (beleidsarme regeling) 

Bestuurders uit onze gemeente

De MRU West kent geen dagelijks of algemeen bestuur. Het betreft een ‘lichte’ samenwerking op basis van een bestuursconvenant. Leden van het college nemen op basis van hun portefeuille deel aan de regionale bestuurstafels.

Momenteel is de bestuurlijke deelname als volgt:

Wethouder D. Stapel, voorzitter Bestuurlijke overleg Wonen
Wethouder B. Schomaker bestuurlijk overleggen IRP en Economie
Wethouder V. Bos bestuurlijke overleggen Energie en Groen

 

Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd

 De MRU West is een netwerksamenwerking in ontwikkeling. Dit geldt zowel voor de manier van samenwerken (flexibel, doelverkennend, samen met andere partners) als voor de inhoud. In 2025 heeft een evaluatie van de U10 plaatsgevonden. Op basis van de evaluatie is o.a. besloten om na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 de naam U10 te wijzigen in MRU West. De focus blijft primair gericht op de samenwerking tussen de gemeenten rond de kernopgave (het in goede banen leiden van de groei van onze regio) en secundair gericht op het verkrijgen van beleidsmatige en financiële steun van met name de decentrale medeoverheden: de provincie en waterschappen. MRU (Metropoolregio Utrecht) is de overkoepelende netwerkorganisatie van de MRU West, de Regio Amersfoort en de provincie Utrecht en is primair gericht op het verkrijgen van financiële en beleidsmatige steun van het Rijk en Brussel.


De MRU West ontwikkelt zich daarnaast verder naar een samenwerking die op basis van het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) gemeenschappelijk de verstedelijkingsvraagstukken van de regio Utrecht aanpakt. Gemeenten werken via gebiedsallianties aan de uitvoering van het IRP. Oudewater is onderdeel van de gebiedsalliantie Zuidwest. In de gebiedsalliantie Zuidwest wordt vooral gefocust op de ontwikkelingen rondom Groot Merwede en Rijnenburg, de Lopikerwaardagenda en Novex Groene Hart. 

Financiële bijdrage

Begroting 2026 : € 29.063

Begroting 2027 : € 33.270

De financiële jaarlijkse bijdrage is een vaste deelnemersbijdrage per inwoner voor het samenwerkingsconvenant en een bedrag per inwoner voor het mobiliteitsconvenant. Dit wordt besteed aan een klein procesteam (6 fte) en een werkbudget voor bijeenkomsten, communicatie etc. Deze bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van een mixpercentage van 70% loonindex en 30% prijsindex. In 2026 was de indexatie 4,1%. Voor 2027 is dit 3,1%. De financiële bijdrage is in 2024 structureel verhoogd met € 7.860 via de kadernota, waarin besloten is om de realisatie van het gezamenlijke perspectief (IRP) vanuit Oudewater te ondersteunen. Indexatie hierop was in 2026 4,1% en zal in 2027 3,1% bedragen. 

Belang van Oudewater

Oudewater is onlosmakelijk onderdeel van de regio Utrecht, als het gaat om wonen, verplaatsen, werken en leven. Daarom is het in het belang van Oudewater om in regionaal verband te werken aan een gezonde, slimme en groene regio. Dat gebeurt aan de volgende bestuurstafels in het bestuurlijk netwerk MRU West:

  • Gezonde woon- en leefomgeving
  • Economische positionering
  • Klimaatneutrale regio
  • Duurzame bereikbaarheid
  • Groen en Landschap

Financiële ontwikkelingen 2027

 

Voor het boekjaar 2026 is de indexatie van 4,1 % toegepast. Deze is ook toegepast op de financiële bijdrage aan de realisatie van het gezamenlijke perspectief (IRP - integraal ruimtelijk perspectief). De kosten voor de MRU West en voor de uitvoering van het Integraal Ruimtelijk Perspectief zijn structureel onderdeel van de begroting van Oudewater. De indexatie voor 2027 bedraagt 3,1%.

Inhoudelijke ontwikkelingen 2027 

In de huidige collegeperiode tot dusver heeft de MRU West uiteenlopende resultaten behaald waaronder:
•    Versnellingsafspraken woningbouw met middelen van het Rijk;
•    Afspraken regionaal bedrijventerrein Gaasperwaard;
•    Investeringen in OV, budget voor Merwedelijn;
•    Starten gebiedssamenwerking voorbeeldgebieden Groen Groeit Mee;
•    Middelen voor groenmaatregelen Utrechts Programma Landelijk Gebied;
•    IRP goed verwerkt in NOVEX Ontwikkelperspectieven en Uitvoeringsagenda's Rijk-MRU;
•    Ontwikkelstrategie Regiopoorten vastgesteld door Rijk-MRU;
•    Deel van de gezamenlijke opgave duurzame opwek (1,8TWh) gerealiseerd en regio brede ondersteuning op het gebied van opwek, warmte en netcongestie;
•    Duurzame borging regionaal energieloket en ondersteuning initiatieven van onderop.

Risico's

De netwerksamenwerking drijft op de inzet van de deelnemers en de urgentie van de onderwerpen. Als deelnemers zich niet inzetten (bijvoorbeeld omdat ze het belang er niet van inzien) is het rendement nihil. Het huidige samenwerkingsmodel heeft daarnaast als nadeel dat er een gebrek aan bestuurskracht wordt ervaren. Om dit risico te verminderen wordt in de evaluatie een aantal maatregelen voorgesteld, waaronder het opstellen van een heldere MRU West Agenda, het aanpassen van werkwijzen rondom overleggen, het expliciteren van (bestuurlijke) rollen en het reduceren en bundelen van bestuurlijke overleggen.