Paragraaf 4 Financiering

Wettelijk kader en gemeentelijk beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - Wettelijk kader en gemeentelijk beleid

De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) vormt het wettelijk kader. Het doel van deze wet is het bevorderen van de kredietwaardigheid en de transparantie van het financieringsbeleid. Daarvoor zijn in de wet kaders gesteld voor een verantwoorde inrichting en uitvoering van de financieringsfunctie van de decentrale overheden, zoals de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De gemeente heeft een treasurystatuut; de meest recente versie is door de raad vastgesteld in maart 2024. Het treasurystatuut heeft als doel sturing te geven aan de treasuryfunctie en binnen de wettelijke kaders de financiële risico's te beperken. 

In de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) is opgenomen dat het Rijk en de medeoverheden een gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de begrotingseisen te respecteren. De gelijkwaardige inspanning wordt uitgedrukt in een macronorm voor het EMU-saldo van de medeoverheden gezamenlijk.

Gemeenten, provincies, waterschappen en openbare lichamen ingesteld op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn verplicht tot deelname aan schatkistbankieren, wat inhoudt dat zij hun liquide middelen moeten aanhouden bij de schatkist van het Rijk. Verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden is ingesteld om de overheidsschuld terug te dringen. Het rekening-courantsaldo bij de Bank Nederlandse Gemeenten wordt afgeroomd ten gunste van de rekening-courant van het Rijk.

Het treasurybeleid van de gemeente is erop gericht de rentelasten zo veel als mogelijk te beperken door op het juiste moment leningen aan te trekken of gelden uit te zetten op basis van de liquiditeitsprognose en de actuele renteontwikkeling.

 

Ontwikkelingen

Financieringspositie
Het geïnvesteerd vermogen, dat zijn de boekwaarden van alle geactiveerde investeringen (inclusief voorraden), bedraagt per 1 januari 2026 € 47,3 miljoen. Het schuldrestant van de aangetrokken langlopende geldleningen bedraagt per 1 januari 2026 € 27,3 miljoen en de stand van de eigen reserves en voorzieningen € 23,2 miljoen.

Risicobeheer

Onder risico’s wordt begrepen: rente-, krediet-, liquiditeits- en valutarisico’s. Deze spelen in Oudewater als volgt een rol:

  • De te beheersen renterisico’s op grond van de Wet Fido uiten zich concreet in de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beide instrumenten beogen de renterisico’s te begrenzen die verbonden zijn aan de korte en lange schuld. Deze worden in de volgende paragrafen nader toegelicht.
  • Valutarisico’s spelen geen rol. Transacties in vreemde valuta doen zich niet voor en de gemeente neemt alleen deel in het aandelenvermogen van twee (semi)overheidsgerichte instellingen, namelijk Bank Nederlandse Gemeenten en Vitens. Dit aandelenbezit is echter niet gebaseerd op winstoogmerk c.q. speculatieve doeleinden. Het risico van deze aandelen beoordelen we als verwaarloosbaar. De aandelen worden gewaardeerd tegen de historische kostprijs.
  • De kredietrisico’s zijn zeer gering. De risico’s die voortvloeien uit een mogelijke waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het (niet) tijdig kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij (kredietrisico) worden in het Treasurystatuut geregeld conform de eisen die de Wet Fido stelt.

1. Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 1. Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het maximumbedrag waarvoor kortlopende middelen mogen worden aangetrokken op de geldmarkt. Dit maximum bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal (lasten) met een minimum van € 300.000. De kasgeldlimiet wordt voor 2027 geraamd op € 3,2 miljoen. In onderstaande tabel is informatie opgenomen over de verwachte kasgeldlimiet. Bij het structureel overschrijden van de kasgeldlimiet dienen maatregelen genomen te worden zoals het aantrekken van langlopende geldleningen en/of het beperken van het aangaan van de korte schuld.

Grondslag Begroting Begroting Begroting Begroting
2027 2028 2029 2030
Begrotingsomvang (excl. mutaties reserves) 38.697 38.143 36.974 37.847
Toegestane kasgeldlimiet
- in procenten 8,5 8,5 8,5 8,5
- in bedrag 3.289 3.242 3.143 3.217
(bedragen x € 1.000)

2. Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 2. Renterisiconorm

Het renterisico op de vaste schuld is de mate waarin het saldo van de rentelasten verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van een jaar of langer. Om dit risico te beperken, schrijft de wet voor dat herfinanciering jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is om overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één jaar te voorkomen. Indien wordt afgeweken van de renterisiconorm kan ontheffing worden verleend. Als bij afwijkingen de toezichthouder wordt geïnformeerd en ontheffing wordt verkregen, handelt de gemeente rechtmatig. Afwijking van de renterisiconorm is niet aan de orde voor de gemeente Oudewater.

Grondslag Begroting Begroting Begroting Begroting
2027 2028 2029 2030
Begrotingsomvang (excl. mutaties reserves) 38.697 38.143 36.974 37.847
Toegestane renterisiconorm
- In procenten 20% 20% 20% 20%
- In bedrag, maximum 7.739 7.629 7.395 7.569
- In bedrag, minimum (wettelijk bepaald) 2.500 2.500 2.500 2.500
Renterisico
- Renteherziening 0 0 0 0
- Aflossing 1.813 2.637 3.128 3.670
Renterisiconorm
Toets renterisiconorm
- Toegestane renterisiconorm 7.739 7.629 7.395 7.569
- Begroot renterisico 1.813 2.637 3.128 3.670
Onderschrijding renterisiconorm € 5.926 € 4.992 € 4.267 € 3.899
Overschrijding renterisiconorm € 0 € 0 € 0 € 0
(bedragen x € 1.000)

3. Renteresultaat op treasury

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 3. Renteresultaat op treasury

Het BBV geeft als aanbeveling om in de financieringsparagraaf het renteresultaat op treasury op te nemen. Met onderstaand overzicht volgen we de aanbeveling.

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2026 2027 2028 2029 2030
a1. externe rentelasten lange financiering 695 654 1045 1261 1.503
a2. externe rentelasten korte financiering 0 0 0 0 0
b. rentebaten 0 0 0 0 0
totaal a+b 695 654 1.045 1.261 1.503
c1. rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend 0 0 0 0 0
c2. rente projectfinanciering door te berekenen taakvelden 0 0 0 0 0
totaal c 0 0 0 0 0
Saldo door te berekenen externe rente (a+b+c) 695 654 1.045 1.261 1.503
d1. rente over reserves/voorzieningen 0 0 0 0 0
d2. rente voorzieningen tegen contante waarde 0 0 0 0 0
totaal d 0 0 0 0 0
e. aan taakvelden door te berekenen externe rente (a+b+c+d) 695 654 1.045 1.261 1.503
f. werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 550 714 806 877 877
Renteresultaat op treasury (e-f) 145 -60 239 384 626

4. Financieringsbehoefte en leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4. Financieringsbehoefte en leningenportefeuille

Voor de bepaling van de financieringspositie zijn de financieringsbehoefte (geïnvesteerd vermogen in de bestaande en nieuwe activa) en de financieringsmiddelen (opgenomen langlopende leningen, reserves en voorzieningen) van belang. 

De financieringsbehoefte van de gemeente wordt bepaald aan de hand van de liquiditeitsprognose. Op basis van de verwachte baten en lasten (kasstromen) wordt een schatting gemaakt van het verwachte liquiditeitsverloop. Voor een goede liquiditeitsplanning is vooral inzicht nodig in de financiële planning van grote projecten en investeringen. Wekelijks wordt de liquiditeitspositie bepaald, waardoor snel ingespeeld kan worden op de financieringsbehoefte van de gemeente.

Het verloop van het saldo van de langlopende geldleningen en de hieraan gekoppelde gemiddelde rentepercentages zijn in onderstaande tabel opgenomen.

Overzicht langlopende leningen Jaarrekening Prognose Begroting Begroting Begroting Begroting
(bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Beginstand per 1 januari 28.813 27.333 30.853 41.398 46.133 51.133
Nieuwe geldleningen - 5.000 12.358 7.372 8.128 1.756
Aflossingen 1.480 1.480 1.813 2.637 3.128 3.670
Eindstand per 31 december 27.333 30.853 41.398 46.133 51.133 49.219

De afgesloten leningen van de laatste tien jaar zijn in onderstaande tabel opgenomen.

 

 

TABBLAD ONTBREEKT IN EXCELBESTAND! Zit wel in bestand (tabblad leningen tabel 2), moet nog gekoppeld worden.

 

5. Uitgangspunten

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 5. Uitgangspunten

In de meerjarenbegroting 2027-2030 is rekening gehouden met de volgende rentepercentages:

Rente-omslagpercentage 1,00 %
Rente nieuwe investeringen 3,50 %
Rente grondbedrijf 1,00 %

De netto-rentelasten die de gemeente verschuldigd is voor de aangetrokken geldleningen worden via het rente-omslagpercentage verdeeld over de programma's. De toerekening vindt plaats op basis van de boekwaarde van de materiële vaste activa. De rente wordt berekend over de boekwaarde op 1 januari van het boekjaar. 

6. Verwachting

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 6. Verwachting

Prognoses over de rente hebben een beperkte waarde. De huidige geopolitieke situatie bevestigt dit nog eens. De rente op de geld- en kapitaalmarkt is als enige jaren aan het stijgen, na een relatief lange periode van historisch lage rente. Voor de komende jaren verwachten we geen grote rentestijgingen. Voor nieuwe geldleningen gaan we in de begroting uit van 3,5% rente, gebaseerd op de gemiddelde rentepercentages bij verschillende looptijden gedurende de eerste drie maanden van 2026.