| Vestigingsplaats |
Provinciehuis Utrecht |
| Doel |
De Omgevingsdienst Utrecht ondersteunt en adviseert de gemeente Oudewater bij het uitvoeren van milieutaken en het ontwikkelen van beleid voor milieu en duurzaamheid. De ODRU levert een bijdrage aan het realiseren van een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving en het versterken van de bestaande milieukwaliteit door inwoners, bedrijven en overheden te stimuleren tot milieuvriendelijk handelen en gedrag.
Voor de uitvoering van de milieutaken is de programmabegroting van de gemeente leidend. Binnen dit financiële kader wordt jaarlijks een Uitvoeringsprogramma (UVP) opgesteld. Dit zijn de kaders waarbinnen de Omgevingsdienst haar taken uitvoert.
|
| Programma |
4. Cultuur, Economie, Recreatie & toerisme, Energietransitie |
| Deelnemende partijen |
De gemeentebesturen van Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, De Ronde Venen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Woerden, Woudenberg, Wijk bij Duurstede, IJsselstein, Zeist en de Provincie |
| Rechtsvorm en type regeling |
Rechtsvorm: GR
Type regeling: collegeregeling
Vooral gericht op: uitvoering (beleidsarme regeling)
|
| Bestuurders uit onze gemeente |
Lid : wethouder V. Bos Plv. lid : wethouder R. van den Hoogen |
| Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd |
Een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving (in het kader van milieu). |
| Financiële bijdrage |
Conform de gemeenschappelijke regeling dragen de 26 deelnemende gemeenten en de Provincie gezamenlijk het risico voor de Omgevingsdienst.
Jaarrekening 2025: € 593.840,-
Begroting 2025: € 693.351,-
Begroting 2026 : € 666.000
|
| Financiële ontwikkelingen |
Bij de vorming van de nieuwe omgevingsdienst zal gebruik gemaakt worden van een andere financieringssystematiek.
De vaste bijdrage is ter dekking van de vaste lasten van de organisatie met name bedrijfsvoering. Bij de berekening van de variabele bijdrage is uitgegaan van de door de deelnemers in mei 2025 verstrekte uitvoeringsplannen voor 2026. Deze tellen op tot een structurele afname van producten en diensten. Het bijbehorende uurtarief is € 81,75 voor 2026.
|
| Inhoudelijke ontwikkelingen |
De Omgevingsdienst Utrecht (hierna: ODU) is per 1 januari 2026 formeel van start gegaan. 2026 is het startjaar van de ODU als fusieorganisatie. De focus ligt op het opbouwen van een robuuste en toekomstbestendige dienst, die de gezamenlijke opgaven van de deelnemers – nu én in de toekomst – beter, efficiënter en kwalitatief sterker kan ondersteunen dan de afzonderlijke organisaties dat voorheen konden.
Om die ambitie waar te maken, wordt in 2026 gericht geïnvesteerd in de ontwikkeling van de nieuwe organisatie.
|
| Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2025 |
Begin boekjaar: € 1.710.203,- (ODRU) Einde boekjaar: € 2.879.170,- (ODRU) |
| Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2025 |
Begin boekjaar: € 6.584.128,- (ODRU) Einde boekjaar: € 7.885.168,- (ODRU)
Solvabiliteitsratio: 27,42% (hoe hoger, hoe groter de weerbaarheid)
|
| Financieel resultaat 2025 (saldo van baten en lasten) |
Saldo van baten en lasten: € 1.168.966,- (ODRU) Geraamd resultaat (na mutaties reserves): € 0,- |
| Risico's |
Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die de ODU loopt. Het gaat hier over niet kwantificeerbare risico’s. Voor kwantificeerbare risico’s worden voorzieningen gevormd. In artikel 28 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht is bepaald dat de algemene reserve maximaal 7 procent van de jaaromzet bedraagt.
Jaarlijkse exploitatieoverschotten worden toegevoegd aan de algemene reserve en verhogen het weerstandsvermogen. Een exploitatietekort wordt opgevangen binnen het weerstandsvermogen, tenzij het weerstandsvermogen hiervoor onvoldoende is. In dat geval dragen de deelnemers hun deel naar rato van de uren uit de DVO (van de betreffende deelnemer) bij.
De weerstandscapaciteit is het totaal van de middelen waarover de ODU beschikt om onvoorziene kosten te dekken. Voor de ODU is de algemene reserve aan te merken als beschikbare incidentele weerstandscapaciteit. Het beginvermogen van de ODU zal na de afwikkeling van de jaarrekeningen van de oude diensten gestort worden. Er wordt van uitgegaan dat het gestorte beginvermogen voldoende is om het restrisico af te dekken. Daarnaast bestaat de weerstandscapaciteit uit de post Onvoorzien.
|